Sète: acht dingen om te doen

sep 23, 2021 | France, Travel to

Sète (foto: Jochem Oomen)

De Franse Middellandse Zeekust is enorm druk bezocht. Toch zijn er een aantal plaatsen die iets minder toeristisch zijn. Sète, bijvoorbeeld, een havenstad net buiten Montpellier, is gebouwd op eilanden vol huizen waar de pastelkleuren vanaf spatten, maar kent nog geen massatoerisme. Hier dompel je je onder in Zuid-Franse cultuur, struin je langs de kanalen en klim je over de trappen naar de Mont Saint-Clair. Sète, dat is de onbekende havenstad voor niet-Fransen. In dit artikel laat ik je 8 dingen zien die je hier kan doen.

Wie in Frankrijk Sète zegt, zegt Georges Brassens. Brassens was de beroemde zanger en dichter waar iedere Fransman mee is opgegroeid. Ondanks zijn flitsende carrière in de grote steden, bleef hij een voorliefde voor zijn geboortestad Sète koesteren. Omdat hij er zelfs begraven wilde worden, schreef hij er het lied “Supplique pour être enterré à la plage de Sète” voor:

Que vers le sol natal mon corps soit ramené

Dans un sleeping du Paris-Méditerranée

Terminus en gare de Sète

Georges Brassens

Dat mijn lichaam meegenomen wordt naar mijn geboortegrond

In een slaaptrein Parijs – Middellandse Zee

Eindhalte in het station van Sète

Vrije vertaling van The Roaming Omen

(Tekst gaat ver onder foto’s.)

Sète (foto: Jochem Oomen)
Sète (foto: Jochem Oomen)

Wie in Sète is geweest, begrijpt waarom Brassens zo lyrisch was over zijn geboortestad. Maar Sète bracht niet enkel Brassens voort, ook dichter Paul Valéry, theaterman Jean Vilar en flamencogitarist Manitas de Plata zijn hier geboren. Sète was en is een culturele hot spot aan de Middellandse Zee. Hier is altijd wel iets te beleven.

Eens in de zoveel jaar keer ik terug naar Sète, omdat dit één van mijn favoriete plaatsen in Frankrijk is. Hier schijnt meestal de zon, is het leven bruisend en zijn de straten altijd fotogeniek. Deze zomer is het tijd om weer eens terug te komen. In de Provence is het 40 graden, in Sète maar 29. Reden genoeg om de stoptrein naar Sète te nemen. Eenmaal aangekomen blijkt het in het centrum enorm druk te zijn: een gekrioel van boten, verkopers, marktgangers, fietsers, voetgangers en ook nog automobilisten. Kortom, een gewone woensdag aan de Middellandse Zee.

Maar wat valt er hier allemaal te beleven? Ik lijst het hieronder op.

(Tekst gaat verder onder foto’s.)

Sète (foto: Jochem Oomen)
Sète (foto: Jochem Oomen)

1. Georges Brassens: museum en graf

 

Brassens kreeg zijn zin en werd in Sète begraven. Op Cimétière (begraafplaats) Le Py vind je zijn graftombe waar eigenlijk altijd wel bloemen op liggen.

Nog geen 200 meter verder staat de Espace Georges Brassens, waar je ondergedompeld wordt in het leven en oeuvre van deze Franse grote naam. Dit museum is een must als je de Franse taal machtig bent en van de liedjes van deze man houdt.

Hoe kom je hier? Zijn graf en museum liggen niet in het centrum, maar aan de ringweg, aan de andere kant van de Mont Saint-Clair. Stadsbussen verbinden het museum en het treinstation met elkaar. Er is een frequente dienstregeling.

2. Dwalen door het centrum

 

De kanalen en aangrenzende straten van Sète kan eigenlijk iedereen wel bekoren. De stadskern, die op een eiland ligt, staat vol oude, pastelkleurige huizen. De huizen zijn hier feller van kleur als in de Provence: je bent hier al aardig op weg richting Spanje. Zoals ik hierboven al beschreef, kan het hier enorm druk zijn, ondanks de geringe grote van de stad (43 000 inwoners).

Waar dat je naar toe gaat, maakt eigenlijk niet zoveel uit: alle straten en kanalen mogen er wezen. Hier ga je niet naar toe voor een random city trip, maar voor de ervaring. Ik zou zeggen: doe het rustig aan, ga op een terras zitten en kijk naar de mensen en boten die voorbijkomen. Als je wilt shoppen, kun je beter naar Montpellier gaan.

Hoe kom je hier? Volg gewoon de bruggen en kanalen richting het zuiden vanuit het station en je bent er. Tip: kom met de trein en laat de auto thuis. Toch met de auto? Laat hem maar achter op parking Mas Coulet. De Bateau-Bus (veerpont) brengt je dan naar het centrum, maar wandelen kan ook.

Honger? Ik kom al jaren in Restaurant Éphèse. Hier staat Turks eten op het menu, zijn de prijzen democratisch en is het personeel super vriendelijk.

Sète (foto: Jochem Oomen)

3. Struinen door de haven

 

Hoewel de zeehaven er op het eerste zicht niet zo aantrekkelijk uitziet, kun je hier wel een tijdje doorbrengen. Zo ligt er aan de Quai Paul Riquet een fotogeniek oud schip en vertrekken vanaf het Gare Maritime Orsetti veerponten naar Nador en Tanger in Marokko. Voor een mooi overzicht kun je de pier Môle Saint-Louis op wandelen.

Hoe kom je hier? Te voet vanaf het station of het centrum. En anders kan de Bateau-Bus je wel brengen.

4. Naar de woensdagmarkt

 

Op woensdag is het centrum één grote markt: vanuit de hele Languedoc komen dan boeren en kleine bedrijven vanuit de bergen naar Sète afgezakt, wat al een hele vertoning op zich is. Je koopt hier dan vooral lokale producten. Epicentrum zijn de onlangs gerestaureerde Halles de Sète.

Dorst? In Café Diego in Les Halles de Sète zitten mensen om 10u ’s ochtends al aan de lokale gekoelde witte wijn, maar koffie behoort ook tot de mogelijkheden. Dit café is een lokaal instituut.

Sète (foto: Jochem Oomen)

5. De Mont Saint-Clair beklimmen

 

Als je vanuit de verte Sète nadert, dan is de heuvel boven de stad alomtegenwoordig. De Mont Saint-Clair is maar 175 meter hoog, maar behoorlijk steil. Persoonlijk vind ik deze klim zeker de moeite omdat je wordt beloond met een geweldig uitzicht: aan de ene kant de Middellandse Zee, aan de andere kant het binnenmeer Étang de Thau en daartussen de stad Sète. Het beste uitzicht heb je op het hoogste punt zelf, dat heet Vue Panoramique du Mont Saint-Clair.

Op de heuveltop ligt ook de kerk Chapelle Notre-Dame de la Salette, met een mooi interieur.

Hoe kom je hier? Ik geef er de voorkeur aan om te voet te gaan. Volgens mij is dit de meest handige weg: neem vanuit het centrum de Rue Paul Valéry naar boven. Je volgt het verlengde van deze straat na de Cité Scolaire Paul Valéry. Dat heet achtereenvolgens Rue Louis Ramond en Rue de Belfort. Na een tijdje ga je linksaf, over de trappen van het Chemin de Biscan Pas. Een andere route gaat via de Escaliers du Mont Saint-Clair, maar deze trappen zijn veel steiler. Heb je geen zin om te wandelen? De bus kan je ook omhoog brengen, maar rijdt niet zo vaak voor een stadsdienst.

Sète (foto: Jochem Oomen)

6. Naar de corniche en de zandstranden

 

Zoals zovele andere mediterrane steden, heeft ook Sète een corniche: een weg hoog boven de zee, langs een steile afgrond. De corniche van Sète heet Promenade Maréchal Leclerc en deze voert je langs de Cap de Sète en het verborgen maar drukke strand Crique de l’Anau (of: La Conque). Een ander verstop strand is de Crique de la Vigie, die begrensd wordt door grote appartementsgebouwen. Tussen de gebouwen en de zee in is er nog een corniche die gewoon Corniche heet. Dat is dan ook enkel een wandelpad langs de zee. Hierna beginnen effectief de eindeloze zandstranden, die je aan de landengte tussen Sète en Agde vindt.

Hoe kom je hier? Te voet vanuit het centrum lukt prima, maar er rijden ook stadsbussen over de corniche die de route rond de Mont Saint-Clair volgen. Wat de zandstranden betreft: neem de bus of kom met de auto.

7. Foto’s kijken in Images Singulières

 

Sète heeft ook een eigen fotografiemuseum, wat voluit Centre Photographique Imags Singulières heet. Regelmatig zijn hier toptentoonstellingen. Zo was er op het moment van schrijven één van de Duitse fotografe Ute Mahler.

Hoe kom je hier? Dit ligt effectief in het centrum. Volg gewoon de bordjes.

8. Visserswijk La Pointe Courte

 

Achter het treinstation vind je voormalige visserswijk La Pointe Courte. Hier kijk je uit over het Étang de Thau. Dit wijkje ligt op een landpunt. Veel is hier niet te doen, maar je kan hier wel leuk ronddolen in de kleurrijke straatjes en van het uitzicht genieten. Dit is echt fotogeniek.

Hoe kom je hier? Gewoon te voet, dit ligt achter het treinstation. 

Sète (foto: Jochem Oomen)

Praktische informatie

 

Reizen naar Sète: vanuit België ben je redelijk snel per TGV in Sète. Met een beetje goede timing kan dat binnen de 6 uur. Afhankelijk van de dienstregeling kun je soms zelfs rechtstreeks vanuit Brussel-Zuid naar Sète sporen. En anders is het met een overstap in Lille of Parijs. De TGV is snel en handig, maar niet goedkoop. Wil je kosten besparen? Neem lowcost hogesnelheidstrein OUIGO naar Avignon of Montpellier en reis dan per stoptrein verder.

Overnachten in Sète: in het verleden overnachtte ik meestal in het lokale hostel. Deze heet gewoon Auberge de Jeunesse en is een jeugdherberg zonder fratsen. Low budget en wat aftands, maar wel een adembenemend uitzicht, want deze zit op de Mont Saint-Clair. Aandachtspuntje: met een backpack is dat een best zware klim.

Disclaimer: dit artikel is geen samenwerking met bovengenoemde partijen, gewoon enthousiasme van een fotograaf die graag in Sète komt.

Meer lezen over Zuid-Frankrijk?

Ontdek de onbekende kant van Avignon

Ontdek de minder bekende kanten van Marseille

Reis goedkoop en duurzaam naar Zuid-Frankrijk

Review: mijn ervaringen met telecomoperator Neibo

De laatste jaren zijn de prijzen voor mobiel internet in België aan het dalen. Met als gevolg een...

Deze beroepen bestaan alleen in België

Een beenhouwer, klastitularis en wattman kennen ze in Nederland ook. Daar heet dat gewoon een...

Persoonlijk: terugblik zomer en vooruitblik herfst 2021

The Roaming Omen krijgt voortaan ook een persoonlijk tintje. Naast alle reiservaringen en...

0 Comments

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *